Of is het Woord van God bij u begonnen? Of heeft het alleen u bereikt?1 Korintiƫrs 14: 36
Christus is onze vrede. De vrede die vanuit de hemel naar de aarde toekomt. Doordat het onder de hemel verkondigd wordt. Zo wordt de vrede van Christus aan ons gegeven. Zonder dat wij daar een bijdrage aan kunnen leveren. Volledig afhankelijk van Gods genade aan ons.
De vorige keer zagen we, dat wat vanuit de hemel naar ons toekomt, ook de maten van de hemel aanneemt. Die verkondiging heeft een enorme reikwijdte.
Dat vergeten wij wel eens. Heel gemakkelijk zelfs. Want we zijn eigenlijk altijd geneigd om bij onszelf te beginnen. En zonder dat we het merken, maken we het Woord van God dan heel klein. Dat deden ook de leden van de gemeente van Korinte. Paulus schreef hen daarom: ‘Of is het Woord van God bij u begonnen? Of heeft het alleen u bereikt?’.
Het hoofdstuk waarin dit vers een plaats heeft, gaat over tongentaal en profetie. En over de gang van zaken in de eredienst. Er komt een beeld naar voren van een enthousiaste en spontane dienst, waarin ook volop ruimte is voor bijzondere geestesgaven. Oppervlakkig gezien is dat een teken dat de gemeente in bijzonder nauw contact staat met de Heilige Geest. Deze gemeente lijkt een voorbeeld te zijn van een hartelijke en bevlogen gemeenschap der heiligen.
Nu zegt Paulus zeker niet dat het enthousiasme en ook de tongentaal en de profetie verkeerd zijn. Dat mag zelfs niet belemmerd worden (vers 39). Deze gemeente heeft veel gaven gekregen. En die zijn afkomstig van niemand minder dan God de Heilige Geest. Juist dan valt het wel op hoe Paulus de tongentaal in de eredienst aan banden legt en hoe hij de uitingen van spontaniteit afremt. Dat is niet om de Heilige Geest aan banden te leggen of af te remmen. Maar dat is nota bene om de weg open te houden en om verder te groeien naar de vrede van Christus.
Dat kunnen we begrijpen als we zien, dat de geestesgaven in de gemeente van Korinte werden gebruikt op een manier die de mensen in de spotlights zette. Misschien niet eens bewust. Geestelijke gaven zijn bedoeld tot stichting van de gemeente (vers 12) en tot eer van God (vers 25). Ze zijn bedoeld om alle spotlights op Christus te richten. Het gaat niet om de profeten (de mensen dus), maar om de profetie (de verkondiging van Christus).
Daarom zegt Paulus, dat God geen God van wanorde is, maar van vrede (vers 33). Dat laatste woordje is opvallend. Er had ook kunnen staan, dat God een God van orde is. Maar het gaat in de gemeente steeds om die vrede van Christus die van boven uit de hemel komt door de verkondiging van Gods Woord. Mensen moeten met hun goedbedoelde ijver het zicht op die vrede niet versperren.
In de begaafde gemeente van Korinte was het besef nog niet doorgedrongen dat Gods Woord veel groter en dieper en breder is dan wat zij daarvan lieten zien in hun enthousiasme en profetieƫn. Ze deden alsof het Woord van God bij hen vandaan kwam. Zij waren toch profeten? Ze deden alsof zij het middelpunt van de christelijke kerk waren. Zij waren toch zo enthousiast en begaafd? Maar dan draaien ze het precies om. Daarom moet Paulus hen een stuk katholiek besef bijbrengen.
Het Woord van God begint ook niet bij ons vandaag. Het heeft ook niet alleen ons bereikt. Dat mogen we wel beseffen wanneer wij, menselijk als we zijn, druk zijn met hoe wij kerk van Christus zijn. Misschien doen wij het niet op de manier van de gemeente in Korinte. Maar wij hebben wel andere manieren waardoor wij onszelf als profeten voor de profetie kunnen stellen.

Volkomen is Gods Woord.
’t Verkwikt elk die het hoort
en deze wet begeert,
daar Gods getuigenis
hem die nog inzicht mist,
de ware wijsheid leert
Psalm 19: 3a (berijmd)

ds L. Heres